GeorgeSports Logo

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN (1)

2011-01-19, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


De afgelopen periode heeft in het teken gestaan van een veelheid aan artikelen waarover inhoudelijk werd en wordt gediscussieerd. Naast een aantal pittige discussies, zie onder andere de website van de zwemkroniek met betrekking tot de NJK in Terneuzen later deze maand, zijn er ook op- en / of aanmerkingen binnengekomen alsmede vragen. Daarom met enige regelmaat “vragen en antwoorden”.

Slaglengte
“Als iemand hardloopt, neemt de paslengte toe naarmate de afstand korter wordt. Is dit bij het zwemmen ook zo en zo ja: hoe kan een sprinter dan meer slagen maken over dezelfde baanlengte? 25 meter met 8 slagen en dezelfde 25 meter met 12 slagen. Dat kan niet!”
Iemand die hardloopt op de weg of de baan heeft een harde ondergrond. Vrijwel alle energie komt terug. Wordt er echter in het mulle zand gelopen dan gaat er veel energie verloren, te ervaren als het wegzakken tijdens het afzetten. Hoe harder de afzet, des te groter het verlies.
Een zwemmer verliest nog veel meer energie doordat het water vrijwel ongrijpbaar is.
Nu concreet: uit metingen is gebleken dat een zwemmer tijdens het sprinten de slaglengte minimaal even lang blijft houden als op lagere snelheden. “Dat kan niet!”, wordt als volgt verklaard:
Naarmate de snelheid toeneemt, neemt eveneens de overlap toe. Overlappen betekent dat de verschillende stuwmomenten dichter naar elkaar of zelfs over elkaar komen te liggen. Twee voorbeelden ter verduidelijking. Eerst de SS (schoolslag). De start van de stuwbeweging van de armen begint, terwijl de stuwbeweging van de beenslag nog niet is afgelopen. Vervolgens de BC (borstcrawl). De start van de stuwbeweging van de ene arm begint, terwijl de stuwbeweging van de andere arm nog niet is afgelopen.

Techniek
“Het artikel – TECHNISCHE VAARDIGHEID:  ALTIJD OP DE EERSTE PLAATS! – suggereert dat wij trainers / coaches eigenlijk de verkeerde accenten leggen. Bedoel je dat?”
Ruim dertig jaar geleden bleek uit een “enquête” onder een groot aantal trainers / coaches dat meer dan 90% van de beschikbare trainingstijd werd besteed aan het zwemmen van banen met een fysiologisch doel. Het accent bleek steeds te liggen op “conditie”. Er werd nauwelijks tijd vrijgemaakt voor het verbeteren van fouten. Daaruit bleek eveneens veel te weinig inhoudelijke bagage van de methodieken om fouten te corrigeren.
Bij de regelmatige bezoeken aan verenigingen blijkt dit nauwelijks te zijn veranderd. Nog altijd “wint” de kwantiteit het van de kwaliteit in de gedachten van trainers / coaches doch eveneens van vele sporters. Trainen = meters maken!
Gelukkig zijn meer en meer verenigingen, vooral de grotere clubs en de trainingscentra, bezig hun aanpak drastisch te wijzigen en meer en meer tijd uit te trekken voor technische correcties.
In het vervolg artikel over – TECHNISCHE VAARDIGHEID: ALTIJD OP DE EERSTE PLAATS! – wordt nader ingegaan op “veel te weinig inhoudelijke bagage van de methodieken om fouten te corrigeren”.

NJK Terneuzen
“De overstroming is duidelijk. Helemaal mee eens. Doch de – KNZB-TOELICHTING KEUZE EN ORGANISATIE NJK KB 2011 – is toch een correct antwoord op alle kritiek?”
Uiteraard correct. Dat mag van een overkoepelende organisatie worden verwacht. Het tijdstip van deze toelichting is echter totaal onjuist. Indien deze opzet vanuit een weldoordachte visie tot stand was gekomen, dan hadden de verantwoordelijke personen dit natuurlijk voorzien en hierop tijdig geanticipeerd.  Deze reactie lijkt echter meer op de overbekende nietszeggende paniekreacties van politici na een zoveelste inhoudelijke blunder.
In – VASTSTELLEN LIMIETEN -  tracht de KNZB begrip te krijgen voor hun keuze om vanuit een bredere instroom naar een smallere top te werken. Een weloverwogen en te billijken beleid, ware het niet dat een aantal zaken en feiten zichzelf tegen spreekt. Een piramide model: prima, doch wat er nu ligt lijkt meer op de “gebochelde van de Notre Dame”.
Ook de – EXTRA MAATREGELEN – doet lachwekkend aan, ware het niet dat het eigenlijk te triest is voor woorden. Per deelnemer één toeschouwerkaart. Iedere ervaren zwemsporter weet dat Jeugdkampioenschappen altijd een familiefeest was. Naast de deelnemer en begeleiding trokken hele volksstammen (vaders, moeders, broertjes, zusjes, oma’ s, opa’ s en niet zelden nog extra niet deelnemende clubleden) naar dit familiefeest.
De oplossing van de tent is geheel gericht op deelnemers en begeleiding. – IEDERE TOESCHOUWER MET EEN TOEGANGSKAART KAN ER GEGARANDEERD IN -, doch het gaat om de honderden, misschien dit keer zelfs tweeduizend andere bezoekers zonder toegangskaart!
Lees tenslotte de laatste alinea over het inzwemmen een paar keer goed door. Te onzinnig om nader te verklaren.
Last but not least de – TOEWIJZING ORGANISATIE NJKKB -. Te lezen als: verenigingen wijk uit naar de grotere baden en neem aldaar de organisatie ter hand. Vraag maar na, in bijvoorbeeld Amersfoort waar men jaren achtereen grote kampioenschappen heeft georganiseerd, wat er aan voorbereidingstijd en menskracht noodzakelijk is. Verplaats deze in gedachten tientallen kilometers. Nog steeds overheerst de gedachte: de financiële winst primeert boven het sportieve element en dat voor de NJK. Zo worden in de toekomst de KK de belangrijkste wedstrijden.
Tenslotte – DE NJK IN JUNI IS IN DORDRECHT EN WIJ ZULLEN OP KORTE TERMIJN BEKIJKEN OF EN WELKE MAATREGELEN ER NODIG ZIJN OM DIT EVENEMENT IN GOEDE BANEN TE LEIDEN - . Is er opnieuw niet gekeken VOOR de toekenning?

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017