GeorgeSports Logo

 

WC (1)

2011-01-16, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


WC heeft in de trainingsleer meerdere betekenissen. De meest bekende: Weerstand Capaciteit. De Belgische Dr. Sportwiss. Jan Olbrecht heeft dit begrip in zijn boek “Plannen, Periodiseren, Trainen, Bijsturen en Winnen” op een heldere, voor iedereen begrijpelijke, wijze uitgelegd. Weerstand Capaciteit training is arbeid met een tekort aan zuurstof. Men spreekt dan ook van Anaërobe Capaciteit. Doel: het vergroten van de weerstand (fysiologisch: meer laktaat per minuut produceren = PLamax verhogen). Een uitermate belangrijke trainingsvorm die zowel de ontwikkeling van het Weerstand Vermogen (WV) als het Uithouding Vermogen (UV) bevordert.
WC staat ook voor Winter Criterium. LAC (Lange Afstand Criterium) is een surrogaat voor WC, terwijl de oorspronkelijke opzet eenzelfde was. Door systematisch, zowel tijdens een seizoen als over meerdere seizoenen, WC’ s te plannen ontstaat er een enorm referentiekader dat voor sporter en begeleiding eenvoudig valt te begrijpen. Enigszins vergelijkbaar: de T30 test, waarbij 30 minuten achtereen wordt gezwommen. Waarom dan toch de keuze voor WC in plaats van de T30 test?

Het Winter Criterium wordt, zoals de naam zegt, in de voorbereidingsfase verzwommen volgens een vast patroon. Vanaf november tot en met april wordt 30’ – 45’ – 60’ – 60’ – 45’ en 30’ pauzeloos gezwommen. Hierbij wordt gekozen voor een vaste dag, eenzelfde tijdstip, onder identieke omstandigheden. Het grote verschil met de T30 test: de variatie in omvang. Bovendien dient de sporter iedere keer een “ander” soort prestatie te leveren. Dit vraagt extra concentratie.

Er wordt zoveel mogelijk slagspecifiek gezwommen. In de praktijk komt het erop neer dat vrijwel iedereen, helaas, kiest voor de BC (Borstcrawl). Slechts een enkeling zwemt SS (schoolslag). Nog minder wordt de RC (Rugcrawl) gekozen en voor de VL (Vlinderslag) is al helemaal geen belangstelling. Toch valt het te overwegen om echt slagspecifiek te werken vanwege de zeer slagspecifieke informatie die wordt verzameld.

In november wordt gedurende 30’ pauzeloos gezwommen met een gemiddelde dat eenvoudig haalbaar of een voortzetting van eerdere seizoenen is. De afgelegde afstand dient als leidraad voor de volgende Criteriums, waarbij respectievelijk WC2: 3/2* – WC3: 4/2* – WC4: 4/2* + 50 – WC5: 3/2* + 50 en tenslotte WC6: 30’ +50 worden afgelegd. Indien eerder is deelgenomen, dan is de afstand tijdens de eerste 30’ gebaseerd op WC6 van het voorgaande seizoen.

Tijdens WC zwemmen worden alle tussentijden (per 50 meter) opgenomen. Tevens wordt per 500 meter het aantal slagen per 50 meter geteld. De sporter moet trachten Neg. Split (tweede deel sneller) te zwemmen en daarbij rekenen om voor de “bonus” in aanmerking te komen. Net voor het eindsignaal keren betekent: 50 meter extra. Uiteraard gaat het niet om die 50 meter extra, doch om het belang van kunnen rekenen en klok kijken. De sporters tellen en noteren voor elkaar.

Naast de vergelijking van tijden, zowel per serie Winter Criteriums als over meerdere jaren hetzelfde Criterium, zien sporter en begeleiding ook de vooruitgang in slagefficiëntie. Met dezelfde tijden neemt het aantal slagen* per 50 meter geleidelijk af. Dit aantal slagen, tijdens andere trainingen te gebruiken als X, bereikt uiteindelijk een optimum. Daarna zal de tijd, tijdens andere trainingen te gebruiken als Y, per 50 meter verminderen.

*In tegenstelling tot vele tellingen en waarnemingen wordt het aantal slagen bij de BC geteld als 1 – 2 – 3 etc. voor Links – Rechts – Links of uiteraard Rechts – Links – Rechts etc., dus eigenlijk halve cycli, terwijl bij de SS de hele cyclus wordt geteld. Reden: gegroeid in de loop der jaren en daarom niet meer veranderd. Echter wel onlogisch.

(wordt vervolgd)

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017