GeorgeSports Logo

 

Adieu

2010-07-24, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


Zondag, 25 juli 2010, einde Tour 2010. Ondanks voldoende ingrediënten een Tour zonder spektakel. Het routeschema, renners noch bijzondere gebeurtenissen kleuren deze Tour. De 27-jarige Alberto Contador toont zich de sterkste renner van de huidige generatie en wint op 25 juli 2010 voor de derde keer. De jonge Luxemburger Andy Schleck noch het Nederlandse talent Robert Gesink slagen er in de Spanjaard te bedreigen, laat staan van de troon te stoten. Voor de Amerikaan Lance Armstrong, bijna 39 en zevenvoudig winnaar, is het “één Tour te veel”.

De Tour schrijft tussen 1903 en 2010 wielergeschiedenis. Leven en dood. Glorie en verdriet. Renners, ploegleiders, soigneurs, artsen, journalisten, radio, TV, computer. Helden, legendes, Iconen. 1903: de Ronde van Frankrijk blijkt de reddingsboei voor de organiserende krant l’Auto-Vélo. Anno 2010 groeit de Tour uit tot het promotie artikel van Frankrijk. Grootse prestaties en bijzondere gebeurtenissen bezorgen renners bijnamen.

Bijnamen kleuren de sportgeschiedenis. Vanaf de eerste Tour in 1903 tot en met de huidige Ronde van 2010 blijkt een koppeling van winnaars en bijnamen. Wielernatie Nederland wint slechts tweemaal een Ronde (Jan Janssen en Joop Zoetemelk). Jopie, de Kneet, Kuipertje, J.de V., Tinus. Bijnamen zonder enige lyriek, gedoemd tot net niet.

Frankrijk levert de meeste winaars. Het voert ook het “klassement” van bijnamen aan. De allereerste winnaar, Maurice Garin (1903): de Kleine Schoorsteenveger. Jean Robic: “tête de cuir” (het Lederen Hoofd). Jacques Anquetil: Monsieur Chrono, Maître Jacques. Laurent Fignon: Le Professeur. Bernard Hinault: Le Blaireau, Le patron.

Italiaanse winnaars dragen eveneens prachtige bijnamen. Zij boeken hun eerste zege in 1924 met Ottavio Bottechchia: Le Maçon de Frioul. Gino Bartali: de Vrome, de Monnik. Fausto Coppi: Il Campionissimo. Marco Pantani: Il Pirata, Il Elefantino.

De Spanjaarden pronken met Fédérico Bahamontes: de Adelaar van de Toledo. Pedro Delgado: Périco, El Conquistador. Miguel Indurain: Miguelón. Tenslotte de onbetwiste nummer één van 2007, 2009 en vermoedelijk ook 2010: Alberto Contador: El Pistoleros.

Zuiderbuur België levert niet alleen veel winnaars, doch overtreft de “Ollanders” op alle fronten met hun bijnamen. De eerste Tour zege is er reeds in 1912: Odile Defraye. Philippe Thijs: Le Basset. Sylvère Maes, Lepe Peer. Eddy Merkx: de Kannibaal. Luciën van Impe, de Kleine van Mere.

Luxemburg, de kleinste van de drie Benelux landen boekt vier zeges. In 1909, Francois Faber: de Reus van Colombes, als eerste niet Franse winnaar. Nicolas Frantz: de Zwijgzame. De meest bekende Luxemburger is en blijft vooralsnog Charly Gaul: de Engel van het Gebergte, Monsieur Pipi.

Diverse landen, groot en klein, leveren winnaars. De Zwitsers Ferdi Kübler: de Cowboy, en Hugo Koblet: le Pedaleur de Charme. De Ier Stephen Roche. De Deen Bjarne Riis: Monsieur Soixante en de Duitser Jan Ullrich: Der Jan.

De laatste 3 decennia staan in het teken van de Amerikaanse dominantie. 1986 – 1989 en 1990 is het Greg Lemond: de Cowboy. Van 1999 tot en met 2005, recordhouder Lance Armstrong, The Boss. The Boss die, na zijn tweede comeback, nu definitief afscheid lijkt te gaan nemen van “zijn Tour de France”. The Boss mede verantwoordelijk voor de media hype van de laatste jaren. The Boss gekenmerkt door zijn haat liefde verhouding met de Fransen. The Boss en “zijn Tour”: twee paar handen op één buik. De Tour gaat altijd door. The Boss stopt definitief. Een welgemeend adieu voor de beste renner uit de Tour geschiedenis.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017