GeorgeSports Logo

 

“Maître Jacques: zondaar”

2010-07-14, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


Quatorze juillet. De nationale feestdag van Frankrijk. De bestorming van de Bastille gevangenis in 1789. Men viert het begin van de revolutie, de start van de republiek. In 1880 wordt deze dag een officiële feestdag. Het debacle van de Frans / Duitse oorlog (1870-1871) heeft een oppepper nodig. Deze 14e juli 2010, 10e etappe van Chambéry naar Cap over 179 km met slechts de Côte de Laffrey (1e cat) en de Col du Noyer (2e cat). “Slagen de Franse renners erin om hun duivels onder te binden en hun vierkante wielen te vervangen”, aldus een Belgische reporter. De Franse toeschouwers denken met weemoed terug aan de successen van hun Richard Virenque (1969), “bergkoning” (winnaar van de bolletjestrui in 1994-95-96-97-99 en 2003-04). Zijn extreem lange solo’ s op deze feestdag veroorzaken telkenmale een nationale euforie. “Richard Leeuwenhart” verguisd door de buitenlandse wielerliefhebbers, op handen gedragen door de Fransen. Heel vaak denkt men teug aan de dagen van Jacques Anquetil en Bernard Hinault.

De flamboyante Anquetil is niet bepaald monogaam. “Maître Jacques”geniet aan de vooravond van een wedstrijd van “fazant met kastanjes, goede champagne en een vrouw” (zijn eigen woorden). “Monsieur Chrono” heeft een haat – liefde verhouding met het publiek. Men vindt hem kil en koud, een rekenmeester. Ondanks zijn sterke persoonlijkheid huilt hij om het lijden vanwege het spugen en alle beledigingen. Het mysterie veroorzaakt, in navolging van zijn grote voorbeeld Fausto Coppi, een tweedeling. In steden, dorpen, gehuchten, zelfs binnen gezinnen is er sprake van een ongekend felle rivaliteit tussen de aanhangers van Anquetil (winnaar) en Raymond Poulidor (verliezer). Geen populariteitsprijs voor Anquetil.

Anquetil vormt een trait-d’union tussen de oude en de nieuwe tijd. Een kampioen van het verleden, met alle raadsels en mysteries, doch eveneens de superkampioen in een nieuwe tijd, een tijd van toenemende openheid en tolerantie. Doping raakt bekend bij het grote publiek. De pers ruikt bloed. Op 13 juli 1967 overlijdt de Britse wielrenner Tom Simpson (1937) op de flanken van de Mont Ventoux aan een combinatie van extreme hitte (42 graden), uitdroging, uitputting, cognac en amfetamine. Simpson, officieel de “eerste dopingdode”. De renners ontkennen, net als tot op de dag van vandaag, in alle toonaarden het gebruik van stimulantia. Anquetil openhartig en controversieel over het gebruik van prestatiebevorderende middelen: “laat mij met rust. Iedereen gebruikt”.

Anquetil toont de kracht om hardop te zeggen wat hij denkt over doping, waar anderen slechts durven fluisteren. Tijdens een debat met een minister op de Franse televisie zegt hij: “alleen een dwaas kan denken dat het mogelijk is om Bordeaux-Parijs op water te rijden. Rijden in koude, hitte, sneeuw, regen, wind en in de bergen geeft ons het recht om onszelf te behandelen zoals wij willen”. Aanvankelijk krijgt hij veel steun. Deze neemt af als wordt gemeld dat meer renners sterven of gezondheidsproblemen hebben door doping gerelateerde incidenten.

Anquetil ondervindt wel grote steun in zijn opvattingen dat regels en testen consequent en met waardigheid uitgevoerd dienen te worden. Zijn professionele waardigheid doet hem een test weigeren op de Vigorellibaan na het breken van het werelduurrecord. Hij weigert zich belachelijk te maken voor het publiek. Na zijn zege in Luik-Bastenaken-Luik ontloopt hij de dopingcontrole. Twee dagen later wordt hij alsnog gediskwalificeerd. Hij schakelt een advocaat in. Hij beroept zich op het “recht van individuele vrijheid”. De Belgen buigen en de zege komt alsnog terecht bij “Maître Jacques: zondaar”.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017