GeorgeSports Logo

 

THE CHANNEL NEEMT MET ENIGE REGELMAAT

2009-08-23, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


11 augustus 2001, 06.30 uur. De nachtelijke duisternis geeft zich nog niet gewonnen. Eenzaam tuurt de 37 jarige Zwitser Ueli Staub vanaf het strand bij Dover over het water richting de overzijde. Maar Frankrijk is nog niet te zien. Water, water en nog eens water. Het geluid van de golven, opgestuwd door een stevige bries, doen angstwekkend aan. Op enkele honderden meters afstand ligt de boot te wachten. De schipper, zijn oudste zoon, het Engelse jurylid en zijn trainer coach wachten gespannen op de eerste meters. Ueli, helemaal wit door de vettige lanoline die hem zo goed mogelijk moet beschermen tegen de ergste koude, zet zijn bril op. Vervolgens maakt hij zijn polsen en enkels nat en loopt dan rustig door het frisse water van net 18 graden. Nog één keer lijkt hij om hemelse steun te vragen alvorens de eerste slagen te maken. Vanaf het schip klinkt de toeter. De zoveelste Kanaal oversteek van Engeland naar Frankrijk is begonnen.

Al vele eeuwen wordt vanuit Engeland naar Frankrijk en visa versa gekeken. Het Kanaal zwemmend bedwingen, de droom van iedere avonturier. Op 12 augustus 1875 onderneemt de Engelse militair Captain Matthew Webb een eerste poging. Deze mislukt, doch reeds 12 dagen later, op 24 augustus 1875, schrijft de dan 27 jarige Matthew Webb geschiedenis door als eerste van Engeland naar Frankrijk te zwemmen. Een oversteek van 18.2 zeemijlen, 20.6 landmijlen en 33.2 kilometer, maar onmogelijk om kaarsrecht over te steken vanwege het getij. Matthew Webb zwemt 21 uur en 45 minuten en legt maar liefst 39 zeemijlen af! Ook Ueli, een redelijk goede zwemmer zal vermoedelijk rond de 50 kilometer moeten zwemmen om zijn poging succesvol te bekronen. 50 kilometer met zijn snelheid, het getij en de weersvoorspellingen, een helse opdracht.

Enkele minuten na zijn eerste slagen verschijnt Ueli naast de licht op en neer dansende boot. De schipper knikt goedkeurend naar het jurylid, terwijl de trainer coach al de eerste opbeurende woorden op het schoolbord kalkt. Het onontbeerlijke schoolbord dat bij lange en moeilijke zwem tochten het communicatiemiddel bij uitstek is. “Op naar Frankrijk”. “Zoek je ritme”. “Tel je slagen”. “Zo gaat het goed”, zijn de eerste berichten op het bord dat wordt opgetild na een afgesproken fluitsignaal. Ueli, zwemmend op ongeveer 10 meter van de boot, knikt en zwaait tijdens de overhaal. Boodschap begrepen. Snel verstrijken de eerste uren. Het is nu volledig licht, doch grijs en grauw en de wind voelt vervelend koud aan. Ieder uur is er een korte etenspauze die tevoren wordt aangekondigd via het bord en een fluitsignaal. Tijdens de etenspauze wordt eerst mondspoeling toegeworpen, een bidon aan een touw zodat deze daarna weer kan worden binnengehaald, vervolgens een bidon met lauwe thee uiteraard wederom aan een touw. Tenslotte wordt een stok met een bekertje toegestoken met daarin hapklare brokken perzik.

De schipper meldt met enige regelmaat de voortgang. Het gaat niet slecht en de noord zuid vaargeul wordt bereikt. Via de radar en de boordradio wordt duidelijk dat de twee immens grote containerschepen geen enkel probleem zullen geven, doch dat de enorme golfslag veel drijfhout en massa’ s vuiligheid richting Ueli stuwen. Tijd voor een extra pauze, waarin tevens mondeling contact is tussen de trainer coach en Ueli. “Kijk goed vooruit”. “Blijf geconcentreerd”. “Schrik niet van de vuiligheid, doch ontwijk het hout”. Met 72 slagen per minuut zwemt Ueli een beduidend lager ritme dan Chad Hundeby die in 1994 het record aller tijden heeft bijgesteld naar 7 uur en 17 minuten. Maar 72 slagen is dik voldoende, hetgeen de trainer coach ook duidelijk aangeeft op het bord. Ueli knikt en zwaait weer en verder gaat het, links, rechts, links, rechts en met grote regelmaat bilateraal ademhalend om alles goed te kunnen opnemen.

Vanaf de boot wordt opeens de Franse kust zichtbaar, hetgeen direct enthousiast wordt doorgegeven. De Franse kust, doch dat wil nog lang niet zeggen Cape Gris Nez bij Calais waar uiteindelijk zal worden aangekomen. Door de meer dan stevige deining, het zoute water, de toch wel indringende koude, maakt Ueli duidelijk dat hij zeeziekte voelt opkomen. Helaas heeft noch de trainer coach bij alle voorbereidingen noch de schipper hiermee rekening gehouden. De afwezigheid van de scopolamine pleister of het doodgewone bruinbrood zonder beleg kunnen één van de vele nekkenbrekers voor Ueli worden. Tijdens de pauzes, die nu ieder half uur worden gehouden, blijkt het steeds moeilijker om te eten en te drinken. Het komt er allemaal weer net zo snel uit. Een slecht voorteken. Er moet echter worden gegeten en gedronken, want anders raakt de energievoorraad uitgeput.

De dag verstrijkt. Ook de passage van de tweede vaargeul, zuid noord, wordt probleemloos genomen. De avond valt doch het weer blijft tegen zitten. 12 uur zwemmen zijn voorbij. De contouren van de Franse kust worden scherper en scherper, hetgeen aanleiding om eens extra te stimuleren. “Wij zien Cape Gris Nez”. “Hou tempo”. “Het ergste is achter de rug”. Dat blijkt een complete misrekening. Het ergste zou nog komen. De ruim 12 uur durende worsteling met de elementen, het gevoel van eenzaamheid, roepen geleidelijk angst op. Het slagtempo zakt en zakt. De reacties tijdens de pauzes worden minder. Het knikken en zwaaien is allang verdwenen. De trainer coach, de schipper en zijn zoon, het jurylid, beseffen allen dat het er nu om gaat spannen. Zij moedigen onafgebroken aan en het bord blijft met steeds grotere regelmaat berichten tonen. Maar of Ueli het nog wel allemaal beseft is de vraag.

De avondschemering maakt plaats voor de nachtelijke duisternis. Niet alleen de duisternis van de peilloze diepte boezemt angst, doch tevens de duisternis rondom Ueli. Vaag ziet hij nog de lichtjes van de boot om vervolgens weer weg te zakken verder en verder. Opnieuw blijkt dat in de voorbereiding een elementaire fout is gemaakt. De lampjes die aan de badkleding moeten worden bevestigd ontbreken. Het wordt steeds moeilijker om Ueli te zien. Op de boot wordt men geleidelijk aan ongerust. Opnieuw gaat het slagtempo omlaag en nemen de reacties af. Toch is de kust en zelfs het strand al zichtbaar. In de wetenschap dat vrienden en kennissen hen al kunnen zien, besluit de trainer coach nogmaals zijn volume te verhogen en brult “het strand op minder dan een uur”. “Blijf bij de les”. “Nog één keer tempo maken”. “Kom op Ueli, het slagtempo omhoog”. Maar Ueli hoort of ziet niets meer. Hij begint te hallucineren. Terwijl zijn onderbewustzijn hem nog dwingt links, rechts, links, rechts, maakt zijn bewustzijn plaats voor overgave. Plotseling is hij weg. Letterlijk verdwenen. Alom paniek. Lampen worden gericht, doch de ondoordringbare grauwe massa vormt het toonbeeld van triestheid. Na zo’n 16 uur is hij plotsklaps verdwenen, slechts één mijl van het strand.

Na zes dagen wordt zijn lichaam gevonden bij het Belgische Oostende. De zesde geregistreerde zwemmer die bij een poging het leven heeft gelaten. Opnieuw heeft The Channel genomen. Nog velen zullen volgen.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017