GeorgeSports Logo

 

Wedstrijden 7: Waanzin!

2005-04-11, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


Naast de vele reacties op het laatste artikel, ook een aantal vragen betreffende onder andere leeftijd, druk, vooral CAPACITEIT & VERMOGEN, frequentie en type. In het op één na laatste artikel in deze reeks wordt een poging gedaan om de visie van de schrijver nog duidelijker te etaleren.
Hierbij wordt allereerst uitleg gegeven over genoemde vragen en vervolgens, zo eenvoudig mogelijk, een overzicht gepresenteerd over hoe het anders zou kunnen, eigenlijk zou moeten!

Leeftijd.
“Jong geleerd, oud gedaan” gaat ook op voor de zwemsport. Dit pleit dus voor een start op jonge leeftijd. De meest logische weg is het vervolg op het leren zwemmen, het A, B en / of C diploma, die vrijwel altijd in de periode van vijf tot acht jaar worden behaald. Het maken van een overstap naar de zwemsport is dan klein en soms ook een gevolg op het behalen van deze diploma’s bij een zwemvereniging.
Dit sluit het starten op oudere leeftijd echter niet uit. Diverse kampioenen en toppers zijn op oudere leeftijd begonnen of herstart. Veel sporters, met name triatleten, leren zelfs pas op veel oudere leeftijd goed zwemmen. “Nooit te oud om te leren” gaat dus eveneens op.

Druk.
In de reeks artikels is dit onderwerp diverse keren behandeld en vanuit verschillende hoeken belicht. Omdat druk, spanning, een emotie is, kan dit energie vreten. Lang niet altijd levert druk extra energie. Zeker niet als deze druk van buitenaf wordt opgelegd of als zodanig ervaren.
Vooral bij jongere sporters wordt een permanente druk van buitenaf, ouders – vereniging – pers, geleidelijk aan zichtbaar. Niet zelden zal dit leiden tot een rem op het presteren en helaas soms tot vroegtijdig stoppen of zelfs erger.
De juiste druk is de druk die een oudere sporter van binnenuit ervaart en waarmee kan worden omgegaan. Dit laatste is overigens niet zelden een onderdeel van de psychische begeleiding.

Frequentie.
Hiermee wordt bedoeld het aantal keren trainen gebaseerd op een week. Afhankelijk van het aantal jaren en het niveau wordt dit aantal geleidelijk opgevoerd.
Bij jonge, startende, sporters lijkt twee tot drie keer per week genoeg. Het lichaam dient te wennen aan het leveren van inspanningen, ook al zijn deze aanvankelijk zeer minimaal en hopelijk technisch van aard.
In het vervolg kan er jaarlijks een training worden toegevoegd, waarbij altijd rekening gehouden dient te worden met de eigen wensen en mogelijkheden. Belangrijk is de ruimte die de vereniging heeft om dit geleidelijk te blijven uitbreiden. Te vaak zwemt een dertienjarige hetzelfde aantal trainingen en trainingsuren als een twintigjarige en niet zelden ook nog dezelfde programma’s!

Type.
Eigenlijk voor iedereen het minst duidelijk. Met type wordt bedoeld: het soort training. Naast het zwemmen, toch wel erg eenzijdig, is het verstandig om reeds op jonge leeftijd wat algemener te trainen. De bekende A.L.S. training (Algemene Lichaam Scholing) past uitstekend in een compleet plan, daarover later meer.
Ook binnen de zwemsport zelf lijkt een algemene aanpak realiseerbaar. Bijvoorbeeld door direct te starten met pupillen waterpolo. Voordelen hiervan: toch in het water, de samenwerking, het spelelement en de veelzijdigheid.
Vervolgens kan na enkele jaren zelf worden gekozen, vanuit een algemene, brede en veelzijdige aanpak, waaruit specifiek resultaat beter mogelijk kan zijn.

CAPACITEIT & VERMOGEN.
Hierover de meeste op- respectievelijk aanmerkingen en vragen. Het boek “Plannen, Periodiseren, Trainen, Bijsturen en Winnen” van de Belgische inspanningsfysioloog Jan Olbrecht, geeft hierop de meest duidelijk antwoorden.
CAPACITEIT: het vergroten van de mogelijkheden!
VERMOGEN: het procentueel benutten van de CAPACITEIT!
Een eigen, heel simpele, verklaring: maak een zuurstok eerst zo dik mogelijk (CAPACITEIT) om op het juiste moment te gaan likken (VERMOGEN) zodat er een punt aan komt. Hoe dikker de zuurstok, des te steviger de punt. Een dunne zuurstok geeft snel een punt, doch deze breekt ook vlug af.

Overzicht.
Start direct na het behalen van het A,B en / of C diploma.
Train (oefen) niet meer dan twee- tot driemaal per week, maximaal een uur, met het accent op de techniek. Voeg hieraan toe elementen van de A.L.S. en / of andere onderdelen van de zwemsport of andere sporten.
Voer geleidelijk jaarlijks het aantal trainingen op, echter afhankelijk van eigen wensen en mogelijkheden. Tot een jaar of vijftien – zestien, nooit het totaal aantal trainingen benutten. Daarbij zeker niet de aanvullende elementen stoppen en de ontwikkeling van de techniek laten prevaleren.
Is de sporter in staat om zelf te kiezen, waarbij die keuze is gebaseerd op objectieve gegevens, dan kan de weg naar een specifiek doel worden ingeslagen.

In dit geheel past ook de aanpak van het wedstrijdprogramma.
Op jonge leeftijd zou de tijd eigenlijk vervangen dienen te worden door een technische beoordeling zoals bij het synchroonzwemmen. Niet de tijdsontwikkeling dient centraal te worden gesteld doch de ontwikkeling van de technische vaardigheden.
Vervolgens komt de ontwikkeling van tijden vanzelf en sluit aan bij de landelijke competitie en meer. In deze fase dient het aantal wedstrijden zeer beperkt te blijven om de uiteindelijke wedstrijdmoeheid te voorkomen.
Tenslotte komt het zwemmen op niveau. Daarin past een juiste periodisering van het wedstrijdprogramma, zoals eerder aangegeven. Start het seizoen met een wedstrijdloze periode. Vervolgens een aantal trainingswedstrijden om te eindigen met een beperkt aantal testwedstrijden om te scherpen. Dan rest DE wedstrijd.
Vele weken achtereen wedstrijden, soms met dezelfde onderdelen, is dus ALTIJD onjuist.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017