GeorgeSports Logo

 

Scholing maakt ons niet intelligenter, maar traint alleen maar onze vaardigheden

2005-02-03, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


“SCHOLING MAAKT ONS NIET INTELLIGENTER, MAAR TRAINT ALLEEN MAAR ONZE VAARDIGHEDEN”

In de Quest van september 2004 kwam ik deze kop tegen in een artikel over “Mens en Lichaam”.
Jan Olbrecht, onze Belgische vriend en inspanningsfysioloog, komt altijd weer terug op de begrippen “Capaciteit en Vermogen”.
Triatleet Bert Flier, in het verleden leverde hij regelmatig een bijdrage aan ATP, schreef ooit: “Doe meer met minder”.
Vrijwel iedereen weet dat de longinhoud niet valt te verbeteren, wel de efficiëntie bij gebruik.

Bovenstaande uitspraak bracht mij op het idee om nogmaals iets te schrijven over de gedachten achter de uitspraken, eigenlijk de filosofie van de ATP trainingsaanpak en dan vooral die in Zeist. Deze aanpak kenmerkt zich onder andere door een stapsgewijze, “tiny steps”, voortgang. Een sporter zichzelf laten ontwikkelen, in combinatie met de toelevering van de kennis over deze ontwikkeling.
Iedere sporter beschikt over een hoeveelheid aanleg, in de volksmond talent geheten. Deze aanleg bestaat uit fysieke en psychische componenten.
Het kunnen mobiliseren van deze fysieke en psychische componenten betekent “optimalisatie van deze vaardigheden” of meer in de taal van ATP:
“het vermogen om onze capaciteiten optimaal te laten renderen”.
Trainen = oefenen. Oefenen = scholing. Scholing = het ontwikkelen van het vermogen om de capaciteiten zo optimaal mogelijk te laten renderen.

Uit bovenstaande uitspraken en de verklaring van ATP lijkt de conclusie terecht: dit staat op zeer gespannen voet met de aanpak om eerst de capaciteiten te ontwikkelen en vervolgens het vermogen!
Is dit echter het geval? Valt een capaciteit wel te ontwikkelen respectievelijk te verbeteren? Voorbeeld.
Bij het begrip intelligentie blijkt, uit diverse onderzoeken, dat deze capaciteit voor een groot deel, ruim 80%, genetisch is bepaald. De resterende 20% blijkt echter niet uit scholing voort te komen, doch uit de juiste voeding. Scholing blijkt derhalve geen invloed te hebben op de hoeveel intelligentie, voor alle duidelijkheid in ATP begrippen de capaciteit, doch uiteindelijk wel in het mobiliseren van deze capaciteit het vermogen te noemen.
Of deze informatie impliceert dat dus iedere vorm van capaciteit toch enigszins beïnvloedbaar lijkt, is een gevaarlijke stellingname. Mogelijk kan een voorbeeld over fysieke capaciteit, uiteindelijk gaat het bij de intelligentie om psychische capaciteit, meer duidelijkheid verschaffen.
Het fenomeen ademhalen kenmerkt zich door een aantal bijzondere zaken namelijk:

  • de ingeademde lucht bevat niet meer dan 20% zuurstof
  • de uitgeademde lucht bevat nog altijd 16% zuurstof
  • geen grote longinhoud, geen topprestaties!
  • trainen om deze longinhoud te vergroten heeft geen enkele zin
  • rond het 28e levensjaar is het maximum bereikt.

Is een juiste voeding uitermate belangrijk om de resterende 20% van de intelligentie capaciteit tot ontwikkeling te brengen, zo ook is voeding van het grootste belang om dit bij fysieke componenten te realiseren. Met een juiste voeding groeit iemand optimaal uit, terwijl bij gebrek aan – juiste – voeding deze groei behoorlijk kan worden geremd. De omvang van de longinhoud hangt nauw samen met de lichaamsbouw. Een kerel van twee meter kan over meer longinhoud beschikken dan iemand van één meter zeventig.
Psychische en fysieke capaciteiten lijken dus ontwikkeld respectievelijk verbeterd te kunnen worden, zij het slechts voor een beperkt percentage.

“Doe meer met minder” schreef Bert Flier ooit. Presteer meer, terwijl minder capaciteit wordt gebruikt. Benut echter het juiste deel van deze capaciteit en breng dat vervolgens tot ontwikkeling via vermogenstraining ook wel de scholing genoemd.
“Idiot savants” zijn mensen die mentaal zijn achtergebleven, doch op 1 gebied kunnen excelleren, bijvoorbeeld rekenen, muziek, taal etc.. Autisten kunnen vaak bijzonder goed muziek maken en wat te denken van een Engelsman met het verstandelijk vermogen van een kind die meer dan 20 talen spreekt. Deze “specialisten” zullen zich steeds verder bekwamen, zij het op een uitermate klein terrein binnen hun intelligentie.
“Freedivers”, excellente onderwater sporters, kunnen tot extreme dieptes – meer dan 100 meter – komen en zijn daarbij meer dan 5 minuten, op één adem, onderweg. Door zich geheel te ontspannen, rust bevordert namelijk een verlaging van de hartslag, ontstaat een efficiënt benutten van de zuurstof. Ondanks de daling van de zuurstofvoorraad en de daaruit voortvloeiende stijging van het koolzuurgas gehalte slaagt een freediver erin om de steeds sterker worden ademprikkel langdurig de baas te blijven. Ontspannen en vooral psychisch ontlopen van deze, uiteindelijk allesoverheersende, gedachte: ademhalen. Ook hierbij, doch ditmaal fysiek, bekwaming op een uitermate klein terrein.
Twee voorbeelden, zowel psychisch als fysiek, in de geest van Bert Flier.

Met 40 jaar ervaring en gewapend met een onvoorstelbare hoeveelheid feedback van de sporters, heeft ATP een uitgekiend jaarplan ontwikkeld waarbij uitgebreid aandacht wordt geschonken aan de mogelijke ontwikkeling van de capaciteit en de uiteindelijke ontwikkeling van het vermogen.
Zowel de psychische als de fysieke componenten komen hierbij volledig tot hun recht, veelal in combinatie met elkaar. Waarbij vooral de breedte binnen de psychische en lichamelijke aanpak centraal blijft staan. De uiteindelijke specialisatie dient de sporter zelf, of binnen de eigen vereniging, te realiseren.
Een uitstekend voorbeeld, dat goed aansluit bij bovengenoemde voorbeelden EN de net aangedragen filosofie, is de hypoxietraining. Deze training is gericht op “doe meer met minder” en kenmerkt zich door een groot aantal te overwinnen psychische barrières. Inmiddels is deze vorm van training ter discussie komen te staan, onder andere uit de medische hoek, doch dat komt voort uit onwetendheid en………de gebruikelijke record jachten. Dit laatste is geheel verdwenen omdat de risico’ s vergelijkbaar zijn als die bij het freedive.
Uiteindelijk kenmerken vrijwel alle trainingsvormen zich door:

  • voorwaarden scheppende elementen
  • ontwikkeling van de noodzakelijke capaciteiten
  • trainen van het vermogen om een zo hoog mogelijk % van de capaciteit te kunnen benutten.

Met bovengenoemde wetenschap moge het duidelijk zijn dat er voor iedere sporter beperkingen zijn. De beschikbare hoeveelheid capaciteit – psychisch zowel als fysiek – en het vermogen om deze capaciteit optimaal te laten renderen bepalen het uiteindelijke resultaat.
Uiteraard impliceert dit: deze uiteindelijke resultaten zijn verschillend per individu en kunnen variëren van absoluut topniveau tot individuele topprestaties.
ATP streeft naar een optimaal rendement per individu, ongeacht leeftijd en aanleg. ATP is er zeker van dat deze aanpak uiteindelijk zal leiden tot sporters die zijn uitgegroeid tot evenwichtige mensen en goede participanten van de maatschappij, die met tevredenheid (terug)kijken naar hun sportieve carrière ongeacht het uiteindelijke niveau afgemeten aan de absolute prestaties.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017