GeorgeSports Logo

 

OOK DE KNZB LIJKT HET SPOOR VOLLEDIG BIJSTER

2014-11-15, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


TILBURG: NK ZWEMMEN NOVEMBER 2014. Tijdens het onlangs gehouden Nederlands Kampioenschap kortebaan zwemmen, gedurende het tweede weekeinde van november 2014, is de neergang van het zwemmen pijnlijk in beeld gebracht. Terwijl de media, onder andere Luuk Blijboom (Telegraaf) en Hans Klippus (Algemeen Dagblad), zich op maandag 10 november 2014 nog enigszins op de vlakte houden, zwelt de interne kritiek aan. Op dinsdag 11 november  2014 uit voormalig topzwemmer Stefan Oosting zich kritisch in de Volkskrant. Ook Luuk Blijboom komt in zijn column “Eerste hulp bij onmacht” terug op de huidige situatie van het topzwemmen.

Ondergetekende heeft in de afgelopen 15 jaar met zeer grote regelmaat in  columns en artikels gewezen op deze ontwikkelingen.  In diverse analyses van de grote internationale toernooien zijn accenten gelegd op zaken die nu meer en meer aan het licht komen te weten: gebrek aan structuur, geen aansturing, een KNZB bestuur en Bondsbureau zonder feeling met de praktijk, onvoldoende kennis bij de trainers / coaches, onvoldoende score bij scouting, te weinig kennis van de nationale en internationale leeftijdsopbouw.

Stefan voorziet grote problemen vanwege de leeftijden van de huidige toppers. Inge Dekker (1985), Femke Heemskerk (1987), Moniek Nijhuis (1988) zijn gemiddeld bijna 30 jaar in Roi (2016).  Ranomi Kromowidjojo (1990) en Sharon van Rouwendaal (1993) komen op de gemiddelde leeftijd van de buitenlandse opponenten. Het toevoegen van Rieneke Terink (1984)lijkt in eerste instantie vreemd doch laat zich verklaren als er wordt gezwommen op de 4*200 wat in het recente verleden nooit geschiedde. Maud van der Meer (1992) voldoet dan wel weer aan het gemiddelde van Ranomi en Sharon. Esmee Vermeulen (1996) vormt vooralsnog in haar eentje de vertegenwoordiging van het opkomende talent, al mogen Maaike de Waard (1996) en met name Marit Steenbergen (2000) niet over het hoofd worden gezien. De delegatie naar Rio (2016) zal vermoedelijk de oudste uit de geschiedenis van het Nederlandse zwemmen worden en dat stemt tot nadenken.

Meermalen is gewezen op de situatie bij de mannen. Stefan wijst nog maar eens fijntjes naar de situatie van de Olympische Spelen te Barcelona (1992). Slechts één heer wist zich te plaatsen. Over drie weken geen heren naar het WK te Doha! Daarbij is het iedereen opgevallen dat één van de absolute koningsnummers, de 4*100, bij de mannen werd gewonnen door de studentenvereniging Nayade uit Eindhoven  zonder één zwemmer trainend bij een topsportcentrum. Het vertrek van Joeri Verlinden, het uitermate zwakke optreden van Sebastiaan Verschuren maakt duidelijk dat de mannen ook niets te zoeken hebben op het komende WK. Inmiddels heeft Joeri laten weten in Nederland te zullen blijven en zijn carrière te zullen voortzetten in Eindhoven. Joeri op 11 november: “In Nederland hebben we de kennis en de kunde om het maximale te realiseren”.

Een positieve uitzondering op deze malaise vormt het team van Marcel Wouda. Hard werken en leven voor je sport vormen het credo van de enige man die in 1992 aanwezig was en in zijn carrière als topzwemmer uitblonk door werklust. Deze werklust brengt hij over op zijn pupillen en met succes. De resultaten van Femke zijn beter dan ooit en bij de jongeren heeft hij met onder andere Ferry Weertman en Marcel schouten al successen geboekt. Naast een schitterende eigen carrière was Marcel ook de man achter het Olympische goud van Maarten van der Weijden. Hopelijk slaagt Marcel erin om zijn kennis en inzet over te brengen op de andere trainers / coaches in Eindhoven hetgeen met collega’s als Kees Robbertsen en Patrick Pearson moet lukken.

Het mannen zwemmen heeft ogenschijnlijk genoeg potentieel. Naast de genoemde gouden medaille winnaars EK Open Water Zwemmen, Ferry en Marcel, lijkt er een lichting borstcrawl zwemmers van niveau aan te komen. Maarten Brzoskowski (1995), Kyle Stolk (1996) en de nog zeer jonge Nyls Korstanje (1999!) realiseren tijden die met de allerbeste leeftijdsgenoten elders op de wereld kunnen concurreren. Dit kost echter wel tijd. Rest hier de vraag wat te doen met “supersprinter” student Tom Lommerse (1990)?

Enige aparte alinea’s dienen te worden besteed aan het zwemwalhalla Eindhoven. In april 2004 maakten de website van de Zwemkroniek en de media uitgebreid melding over het “pot verteren”. Er wordt gesproken over een aantal “zakken geld” en de strijd hierom. Kort samen gevat: de KNZB beschikt over een aantal “zakken geld” en wil deze regionaal inzetten ter ondersteuning van het professionele zwemmen. Nauwelijks een week later wordt de eerste overeenkomst gesloten met Eindhoven. Deze overeenkomst verrast niemand. Eindhoven, Eindhoven, altijd weer Eindhoven klinkt het alom in den lande. is er echter objectief geëvalueerd?

Eindhoven claimde, claimt nog altijd, de successen van Inge de Bruijn. Onterecht. In Eindhoven mislukte haar begeleiding volledig. De Amerikaan Paul Bergen was de man achter haar successen. Schoolslagzwemster Madelon Baans en schoolslagzwemmer Lennaert Stekelenburg verlieten hun eigen vereniging om in Eindhoven het laatste stapje naar de internationale top te bewerkstelligen. Zowel Madelon als Lennart vertrokken uiteindelijk weer uit Eindhoven zonder enige progressie. Tijdens het afbouwen van haar carrière, bij haar oude trainer / coach, kwam zij vervolgens wederom tot nieuwe records. Lennart stapte over van Eindhoven naar Amsterdam en scoorde een groot aantal records en successen. Deze lijst is oneindig veel langer en toont nog maar eens aan dat het met de “kennis en de kunde”, om de woorden van Joeri nog maar eens te gebruiken, in Eindhoven zeker niet optimaal is gesteld. Buiten de borstcrawl leek en lijkt er helemaal niets te lukken.

Een voorlopig laatste alinea Eindhoven betreffende. Hinkelien Schreuder ging haar eigen weg, Sharon keerde met succes terug naar Frankrijk, Jasper Mierlo zoekt zijn heil in Italië. Ranomi vier trainers in enkele maanden! Joeri Eindhoven, Amsterdam, Eindhoven, Marcel Wouda, Martin Truijens, Kees Robbertsen!

Wie dient er verantwoordelijk te worden gesteld voor deze razendsnelle neergang? Op de allereerste plaats de KNZB. De KNZB accepteerde “de structuur” van de vorige Technische Directeur Jacco Verhaeren als de bijbel. “Deze structuur” is echter de oorzaak van de huidige situatie. Vrijwel niemand wilde zien, laat staan toegeven, dat Jacco weliswaar een uitstekende en charismatische trainer / coach was doch absoluut de verantwoordelijkheid voor “de structuur” niet kon dragen.  De beleidsmakers, het bestuur van de KNZB en de directie van het Bondsbureau, hadden en hebben totaal geen verstand van beleid en liepen achter hun TD aan zonder insiders te consulteren, zonder bekwaam te evalueren, zonder enige vorm van kritiek laat staan zelfkritiek. De Diagonalen waren niet het geesteskind van Jacco en dat heeft in de praktijk tot ongewenste situaties geleid.

De huidige Technisch Directeur, Joop Alberda (1951), springt weliswaar van sportbond naar sportbond doch kan naast het volleybal succes, Olympisch Kampioen van 1996, geen gelijkwaardige geloofsbrieven tonen terwijl dat fenomenale volleybal succes toch echt het werk van zijn voorgangers was, met name Arie Selinger, en de volwassenheid van de topspelers Peter Blangé en Ron Zwerver. Is op Joop niet de uitspraak “succes dankzij of ondanks” van toepassing? Joop hoort niet in de zwemwereld. Ooit stapte de gevierde schaatscoach Henk Gemser van de KNSB over naar het zeilen. De Belgische TD zwemmen, Lode Grossen, maakte een overgang van het zwemmen naar het turnen. Is het hen gelukt een stempel op die andere sport te drukken? Neen! Reden: hun roots liggen daar niet dus “schoenmaker blijf bij je leest”.

Uiteraard zijn er oplossingen voor handen. Benoem een TD afkomstig uit het zwemmen die onafhankelijk is en een grote uitstraling heeft. Deze TD is verantwoordelijk voor het uitzetten van het korte en lange termijn beleid en de uitvoering hiervan. Korte heldere doelstellingen, de te kiezen werkwijze, de beschikbare middelen en de evaluatie momenten dienen duidelijk te zijn en te worden onderschreven allereerst door de KNZB (NOC/NSF) en vervolgens daar allen die werkzaam zijn in de op te zetten structuur. De TD is “de baas” van alle trainers / coaches op De Diagonalen. Hij of zij dient de wisselwerking tussen de instituten en de verenigingen in de periferie te borgen. De TD geeft sturing aan een denktank waarin alle trainers / coaches van naam en faam in kunnen participeren.  

Nederland en Vlaanderen hebben talent genoeg. Pak het plan van De Diagonalen op. Trek hiervoor vier tot zeven jaar uit. Zorg in die periode voor een herstructurering en volledige professionalisering en zorg vooral dat IEDEREEN het WIJ gevoel krijgt.

PS. NU lijkt de tijd gekomen om het eindeloos wegpromoveren, het omhoog vallen, definitief te stoppen. Nog één uitzondering: Joop!

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017