GeorgeSports Logo

 

VRAGEN EN ANTWOORDEN (2)

2011-02-02, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


Inmiddels is er weer een aantal vragen ontvangen. Twee hiervan hebben direct betrekking op één of meer van de verschenen columns, terwijl de eerste vraag indirect verband houdt met het WC (Winter Criterium).

Mag je van jonge sporters verwachten dat zij EN de juiste afstanden EN de juiste tussentijden onder controle weten te houden? Deze vraag heeft indirect betrekking op het WC, doch is van toepassing op vrijwel alle trainingsonderdelen, zelfs voor het touwtjespringen en de buitentrainingen. Het antwoord is ja, maar!
Vanaf groep 8 ( basisschool ) hebben de kinderen voldoende scholing ontvangen om deel te kunnen nemen aan de trainingen in Zeist op de zaterdagochtenden. Helaas blijkt de scholing veelal wel te zijn gegeven doch niet voldoende te zijn aangekomen. Hier ontstaat het eerste probleem, dat echter met behulp van ouders kan worden opgelost. Rekenen, rekenen en nog eens rekenen, waarbij vooral de problemen met de klok geoefend moeten worden.
Terug naar de vraag. Tijdens het WC worden grote afstanden op een relatief lage snelheid afgelegd. Dat biedt mogelijkheden om simpele trucjes (hulpmiddeltjes) te gebruiken. De eenvoudigste is het rekenen vanuit hele getallen bijvoorbeeld 1.30 per 100. 45” – 1.30 – 2.15 – 3.00, dat betekent:
-gemakkelijk verspringen naar de volgende tijdopdracht;
-steeds komt de klok weer terug op de NUL.
Wordt het moeilijker, bijvoorbeeld met 1.24 per 100, schrijf dit dan thuis uit. Vervolgens blijkt na 500 meter 7.00 en de klok staat weer op de nul. De tweede keer op de nul is één kilometer.
Na een aantal keren deze trucjes te hebben toegepast komt er vanzelf enige ervaring en dan volgen 1.20 per 100 (12.00 per 900 of 13.20 per kilometer) met rondjes (50 meters) van 40”. Start op de 0 – vervolgens 40 – 20 en wederom de 0!
Inmiddels is het niveau verder gestegen en daarbij de ervaring. Toch rekenen ook ALLE toppers tevoren precies hun prestatie door. Niet zelden wordt vervolgens op de eerste helft een aantal seconden “verspeeld” (bij 1.12 per 100 staat de klok na 1 km. op 12.00, op 2 km. op 24.00 etc.), doch er wordt bijvoorbeeld 12.05 (12.05) – 24.07 (12.02) – 36.05 (11.58) – 48.01 (11.56) en 59.56 (11.55) gezwommen. Deze verdeling leidt tot:
-Negatief Split (iedere kilometer gaat iets sneller);
-het “pakken” van de “bonus”, dus 50 meter extra.
De sporter laat zien de opdracht volledig onder controle te hebben.

Is het eenvoudig maar toch duidelijk uit te leggen waarom “technische vaardigheid: altijd op de eerste plaats” komt? Ook hierop is het antwoord ja en……met een voorbeeld te verklaren. Een kind gaat touwtjespringen. Hij of zij kan dit al vlug langdurig doch uiterst langzaam. Wordt er sneller gesprongen, dan volgt al vlug de eerste misser en af. Dat betekent: eindeloos herhalen op een laag niveau en vervolgens heel geleidelijk opvoeren. Stappen overslaan betekent vrijwel altijd: snel de misser! Dit geldt natuurlijk nog meer tijdens het maandelijks springen om de PB’ s (PR’ s), seizoenrecords en / of een plaats in de Top-25 Aller Tijden. In al deze gevallen dient er naast de persoonlijk optimale snelheid ook te worden omgegaan met spanning. Deze spanning kan de prestatie negatief beïnvloeden. Naarmate het aantal omwentelingen toeneemt, dreigt de technische vaardigheid af te nemen.
Uiteraard geldt dit ook voor andere sporten in het algemeen en het zwemmen in het bijzonder. Er dient dan ook veel tijd te worden besteed aan het “leren zwemmen”. Vervolgens dient de techniek op iedere snelheid te worden aangepast en duizenden keren te worden herhaald. Tenslotte wordt de meeste optimale prestatie benaderd, doch vrijwel nooit bereikt.
Inspanningen op bijna maximale snelheid zullen te allen tijde gepaard gaan met het maken van fouten. Deze fouten dienen te worden waargenomen, liefst vastgelegd, vervolgens te worden geanalyseerd en tenslotte dient er weer te worden gewerkt aan verbetering.
Allemaal technische vaardigheid!

In Terneuzen (NJK 2011) sprong een aantal sporters touwtje. Waarom? Het antwoord hierop is kort! De tijd tussen het  inzwemmen (W-U) en het moment van starten is te lang. Het effect verdwijnt. Buiten lopen / hardlopen is een goed middel, doch het touwtjespringen voldoet prima. Vooral indien het met elkaar wordt gedaan. Als positieve “bijkomstigheid” geldt de concentratie. Het springen vraagt concentratie en brengt de sporter in een trance. Een uitzonderlijke goede W-U, die kan worden uitgevoerd tot vlak voor de start.

(wordt vervolgd)

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017