GeorgeSports Logo

 

ALS (ALGEMENE LICHAAM SCHOLING): TOUWTJESPRINGEN (2)

2010-11-21, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


Uit reacties over de relatie touwtjespringen : fietsen, lopen, zwemmen en andere sporten blijkt een totaal gebrek aan kennis en ontzettend veel onbegrip. Het touwtjespringen in het algemeen en de wijze waarop dit tijdens de wekelijkse zaterdagochtendtrainingen te Zeist in het bijzonder wordt uitgevoerd verstrekt sporter EN begeleiding onvoorstelbaar veel informatie. Deze informatie, gekoppeld aan andere informatie rond de ALS, zorgt voor een uitgebalanceerd algemeen en specifiek trainingsprogramma. Terug naar het touwtjespringen, de twee meest gestelde vragen.

1. Welke informatie levert dit op?
Algemeen:
de begeleiding constateert of de sporter zijn / haar "huiswerk" met enige regelmaat verricht. Dit zegt natuurlijk iets over het ambitieniveau.
Specifiek:

a. Met betrekking tot de ontwikkeling van de coördinatie
De coördinatie verbetert slechts door met grote regelmaat consequent te oefenen.
Tevens "verdwijnen", door goed naar anderen te kijken en / of het opvolgen van aanwijzingen, snel technische onvolkomenheden.
b. Met betrekking tot de ontwikkeling van de weerstand
Om 60" optimaal te kunnen springen dient er een behoorlijke mate van laktaat (melkzuur) tolerantie te zijn.
c. Met betrekking tot het inzicht verkrijgen in het optimaal leveren van prestaties rond de 60"
Een sporter leert beseffen dat rekenen tot de basisvoorwaarden behoort om optimaal te kunnen presteren.

2.Wat te doen met deze informatie?
Algemeen:
de sporter en de begeleiding constateert of er verbeteringen plaats vinden.
Specifiek:

a. Met betrekking tot de ontwikkeling van de coördinatie
Het geven van specifieke adviezen en het aanbieden van vele variaties in de bewegingsvorm.
b. Met betrekking tot de ontwikkeling van de weerstand
Het geven van specifieke adviezen en het aanbieden van variaties in tijd en tempo' s.
c. Met betrekking tot de optimalisering
Het aanbieden van specifieke adviezen aan de groep zowel als het individu, waarbij het zelfstandig rekenen geleidelijk onder toenemende druk dient te geschieden.

Uiteraard volgt nu de opmerking "lekker concreet, nu weten wij nog nauwelijks iets". Lees voort.

Coördinatie
De techniek, zoals beschreven in deel 1, is weliswaar niet al te moeilijk doch wijkt af van de springbewegingen van het spelende kind, buiten en / of op de speelplaats van de school. Deze techniek sluit eigenlijk aan bij het sporten, terwijl het springen buiten veel meer in de lijn van het spel ligt. Het kost dan ook enige lessen om iedereen naar de stap, stap, met iedere stap een complete omwenteling, te krijgen.
De enorme hoeveelheid variaties buiten bestaan naast met twee benen tegelijk en met twee touwen springen, niet zelden uit vormen waarbij meerdere kinderen gelijktijdig actief zijn. Tweetallen met één touwtje springen. Groepen die met twee, soms zelfs door elkaar draaiende, touwen springen. Kruislings, achterwaarts, de hoge etc. etc.. Helaas spelen kinderen minder en minder buiten en wordt er ook op de speelplaatsen vaak nauwelijks meer gesprongen.
Eén element blijft in deze gelijk. Het element van de beste willen zijn. Het minst aantal fout sprongen of het hoogste aantal halen. Ook buiten en op de speelplaatsen zijn dit niet zelden uitgangspunten om een winnaar of winnares te bepalen.
Ook binnen de techniek, zoals beschreven in deel 1, zijn variaties mogelijk en werken deze ondersteunend in de verbetering van het bewegen. Springen met twee benen gelijktijdig, met één been, afwisselend 4* beide – 4* rechts – 4* links etc. etc.. Idem met de dubbel, twee benen gelijktijdig met twee hele omwentelingen tijdens één sprong, de trippel, of kruislings, achterwaarts etc. etc.. De veelheid van variaties komt de vereiste specifieke techniek ten goede.

Weerstand
Met de juiste techniek 60" optimaal springen is verre van eenvoudig. Naast een goede coördinatie, zie bovenstaande alinea, dient deze maandelijks en vervolgens jaarlijks te leiden tot verbeteringen. Hier wordt nu uiteraard niet meer gesproken over de spelvormen, doch louter over de juiste techniek. Om de juiste techniek 60" optimaal vol te houden en deze maandelijks en vervolgens jaarlijks te verbeteren, dient een goed gevoel te worden ontwikkeld van wat "60" optimaal presteren" eigenlijk inhoudt.
Prestaties van 60", enigszins vergelijkbaar met een 400 meter hardlopen, 1 km. schaatsen, 1 km. met vliegende start wielrennen, maar ook een 100 meter zwemmen, vergen het uiterste van het metabolisme (stofwisseling). Zowel de aërobe- (zuurstof) als de anaërobe (met een tekort aan zuurstof) systemen dienen optimaal te functioneren. Net als bij de aangegeven sportonderdelen is het bij 60" springen de kunst om zo dicht mogelijk bij het maximum te komen zonder fout te springen. De ervaring heeft geleerd dat, tussen de 90 en 95% van de maximale frequentie, zal leiden tot het beste resultaat.
Om dit vast te kunnen stellen wordt 15" maximaal gesprongen. Dit aantal wordt vermenigvuldigd met 4. Vervolgens wordt van het verkregen aantal 10% afgetrokken en een redelijke indicatie van het optimum is verkregen. Voorbeeld: 15" – 40*. 4* 40 geeft 160 op 60". 10% van 160 is 16. 160 – 16 geeft 144. Dat is het optimum met een minimale marge naar beter.

Inzicht
Met de juiste techniek en begrip van de weerstand, wordt de ontwikkeling naar maandelijks en vervolgens jaarlijks een hoger aantal ingezet. Er wordt gedacht over de wijze waarop het eigen optimum snel kan worden verbeterd. Hiervoor is een juiste afstemming van de coördinatie en weerstand van belang. Geconstateerd wordt een aantal technische mankementen waardoor bij oplopende snelheden regelmatig fout wordt gesprongen. Dan helpt een gevarieerd aanbod van, onder coördinatie beschreven, vormen gekoppeld aan opdrachten binnen tijdvariaties. Bijvoorbeeld: 4* beide benen gelijktijdig, gevolgd door 4* alleen met rechts, gevolgd door 4* gevolgd door alleen met links. Deze opdracht uitbouwen zodat er telkens na 30" deze vorm wordt overgegaan tot 30" de eigenlijke techniek en vervolgens weer de variatie etc. etc. tot bijvoorbeeld 3'.
Ook wordt overduidelijk dat de 60" optimaal ver van maximaal blijft. Geen fout sprongen, doch problemen met de tweede halve minuut en / of de laatste 15". Begin dan met vormen van 15", vervolgens 30", 45" en tenslotte 60" met als uitgangspunt: het optimum gebaseerd op maximaal – 20%. Dat haalt, indien technisch in orde, iedereen omdat er buiten het anaërobe zone wordt gebleven. Ga vervolgens het percentage heel geleidelijk opvoeren tot 10% en / of spring bijvoorbeeld 4* 20" optimaal en bouw dit verder uit.

In deel 3 wordt ingegaan op records en de problemen om deze telkenmale bij te stellen respectievelijk te verbeteren, terwijl het springen eigenlijk maar een "simpel" onderdeel van de ALS is.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017