GeorgeSports Logo

 

“Il Campionissimo” en de “Adelaarskalender”

2010-07-08, door: George Sieverding

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


Coppi behoort tot de allergrootsten. Dat moge duidelijk zijn. De Pool Daniel Marszalek houdt al vanaf 1982 een ranking bij van de “beste renners Aller Tijden”. Een soort “Adelaarskalender”, tot stand gekomen via een systeem van punten gebaseerd op uitslagen in Grote Rondes, Internationale Kampioenschappen, Klassiekers, Rittenkoersen en het belang van een wedstrijd. Op deze ranking, in 2007 voor de laatste keer gepubliceerd, staat Coppi op een negende plaats geklasseerd.

Coppi negende! Op één natuurlijk Eddy Merkx met een onaantastbare voorsprong. “De Kannibaal” uit België zal vermoedelijk nooit meer worden ingehaald vanwege zijn gigantische hoeveelheid palmares en het aantal hieruit voortgekomen punten: 5844,80 tegen Bernard Hinault, “Le Blaireau” 3312,80 p[ plaats twee. Ter illustratie: Joop Zoetemelk, “Eeuwige Tweede” en best geklasseerde Nederlander op plaats 8, scoorde 2518,45. Coppi daar weer vlak achter, op negen met 2510,05.

Bartali, “Gino de Vrome”, de grootste rivaal tijdens de 20-jarige carrière van Coppi, staat  zesde  met 2860,15 punten. Voor zowel Coppi als Bartali geldt een onderbreking van 5 jaar vanwege de Tweede Wereldoorlog. Een zeer langdurige krijgsgevangenschap laat diep sporen na, vooral in de manier van denken bij Coppi. Zijn geloof in de gevestigde hiërarchie, kerk en politiek, slaat totaal om hetgeen onacceptabel is in het Italië van toen.

Bartali ontdekt in 1939 de kwaliteiten van de toen nog pas 19-jarige Coppi. Coppi is groot voor een wielrenner. Hij heeft een kort bovenlijf en geweldig lange ledematen. In zijn bleke, ziekelijk aandoende gezicht staan scherpe ogen die een ieder lijken te doorboren. Met een longinhoud van 7 liter en een hartslag van 30 slagen per minuut lijkt de jonge Coppi geknipt als knecht voor de toen al grote Bartali (winnaar van onder andere de Giro 1936 en 1937, de Tour de France van 1938), de lieveling van de tifosi.

Coppi wil niet knechten. Coppi voelt zich een “grote meneer” zoals de zuiderburen dat noemen. Coppi gaat in 1940 voor de zege in La Corsa Rossa (Giro) en wint, slechts 20 jaar oud en daarmede de jongste winnaar ooit. Nadien wint Coppi nog viermaal de Giro (1947, 1949, 1952 en 1953). In 1949 is Coppi niet te stoppen in de Tour, een prestatie die hij in 1952 herhaalt. In 1949 wordt Coppi de eerste renner in de geschiedenis die de dubbel (Giro en Tour) weet te realiseren. Deze prestatie herhaalt hij in 1952. De Ronde van Lombardije schrijft Coppi viermaal op zijn naam (1946, 1947, 1948 en 1949), maar ook Klassiekers als Milaan-San Remo (1946, 1948 en 1949), Parijs-Roubaix (1950) en De Waalse Pijl (1950) zijn een prooi voor Coppi.

Coppi is compleet. Naast zijn sublieme prestaties in de Grote Rondes en de Klassiekers, toont Coppi zijn begenadigde klasse als tijdrijder. Hij zegeviert tweemaal in de Grand Prix des Nations, viermaal in de Trofeo Baracchi, driemaal in de Grand Prix Lugano en vele andere ritten tegen het uurwerk. Op de weg een begenadigd tijdrijder, op de baan van ongekende klasse. 84 overwinningen in 94 wedstrijden waaronder 2 wereldtitels achtervolging (1947 en 1949).  

Coppi behaalt in het Zwitserse Lugano in 1953 de wereldtitel op de weg, met meer dan zes minuten voorsprong, en bekroonde daarmee  een fantastische carrière. Een carrière, onderbroken door zijn krijgsgevangenschap en een lange lijst blessures ten gevolge van valpartijen. Vanaf 1954 gaat het met de carrière van de superster bergafwaarts. De leeftijd, de blessures, maar vooral de affaire “Il Campionissimo” en de “Witte Dame” maken geleidelijk een eind aan de “Kampioen der Kampioenen”.

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017