"LINKSPOTEN"

2026-11-01, door: George Sieverding

                                Overzicht    >    Oude column

Het is inmiddels ruim 40 jaar geleden dat mijn collega trainer en vriend, Peter van den Biggelaar, bondscoach werd van het Nederlands waterpolo vrouwenteam. Hij en ik spraken met elkaar over de technische en tactische individuele en collectieve vaardigheden. Tot mijn verbazing begreep hij aanvankelijk niet mijn keuze om linkshandigen op rechts en rechtshandigen op links te leggen. Voor deze keuze had ik een drietal argumenten. Allereerst de schiethoek. Deze wordt aanzienlijk groter dus is het gemakkelijker om te scoren. Vervolgens de passlengte. Deze wordt korter met als gevolg minder foutmarge en een fractie sneller kunnen handelen vanwege de af te leggen afstand van de bal. Tenslotte, in combinatie met beide genoemde argumenten, geeft sneller schieten onder een grotere hoek meer kans om te scoren. Ik gaf nog niet aan wat voor problemen de verdediging zou worden gesteld. De term linkspoot is in vrouwen sporten net zo vanzelfsprekend als "je mannetje houden".

In diezelfde periode speelden Nederlandse voetbalclubs en het Nederlands elftal een toonaangevende rol in het internationale voetbal. Zo zegevierden Feyenoord (1970) en Ajax (1971-1972 en 1973) in de Europa Cup, voorganger van de huidige CL (Champions League), werd het Nederlands elftal tweemaal vicewereldkampioen (1974 en 1978). De Nederlandse spelopvatting betoverde en veranderde de voetbalwereld.
Van het originele 1 (keeper) - 3 (verdedigers) - 2 (middenvelders) en 5 (aanvallers) was het spel geëvolueerd naar totaal andere systemen zoals de stopperspil, het 4 - 2 - 4 richting een spelopvatting naar de denkwijze van het Amsterdamse "straatschoffie" JC (Johan Cruijff). Deze baltovenaar nam op jonge leeftijd al het hele elftal op sleeptouw. Waar hij ook speelde, Cruijff bepaalde hoe zijn team moest voetballen. Zijn successen als speler zijn legendarisch. Zijn prestaties als trainer/coach zouden zijn legendarische successen als speler nog overtreffen. Zijn visie is uiteindelijk de overtreffende trap geworden. Het huidige FC Barcelona speelt nog altijd vanuit deze visie. De wereldberoemde jeugdopleiding werkt nog altijd naar deze visie. Niet vreemd dat de huidige toptrainers/coaches afkomstig zijn van FC Barcelona (Josep Guardiola, bekend onder Pep, en Luis Enrique) voeren consequent de visie van Cruijff uit. Aanvallend voetbal vanuit 4 - 3 - 3 met het accent op zeer snelle en balvaardige buitenspelers. Worden zij geïnterviewd dan spreken zij altijd over leermeester Johan Cruijff.

Dat brengt mij terug naar de inleiding. In de jaren zeventig beschikte het Nederlandse voetbal over een drietal beroemde linksbuitens. Coen Moulijn (Feyenoord), Piet Keizer (Ajax) en Rob Rensenbrink (Anderlecht) waren gevreesde spelers op de linkerflank. Zonder bekende rechtsbuitens tekort te willen doen, de linksbuitens stalen de show. Maar het was altijd buitenom naar de achterlijn en voorzetten.
In die tijd vroeg ik mij altijd af waarom een linkspoot aan de linkerkant moest spelen en omgekeerd de rechtspoot. Altijd kreeg ik als antwoord "dat hoort zo, dat is gebruikelijk". Dan dacht ik na over mijn ideeën bij het waterpolo en mijn eigen ervaringen als succesvolle spits in de top van het zaal voetbal. Ik scoorde veel. Was tweebenig met een voorkeur voor rechts. Om te scoren week ik altijd iets naar links uit. De passer voelde dit feilloos aan en de resultaten spraken voor zich.
Waarom dan in het topvoetbal linkspoten op links en rechtspoten op rechts? Geen enkele toptrainer/coach gaf hierop een duidelijk antwoord. Toen verscheen opeens Arjen Robben. Hij maakte duidelijk liever als linkspoot rechts te willen spelen. Hij werd aldaar een plaag voor iedere linker vleugelverdediger, omdat hij meestal passeerde op het "zwakke been", het zogenaamde binnen been, van de verdediger. Toen begon men het nut van wisselen van vleugel in te zien.

Als wij nu kijken naar het huidige topvoetbal dan zien wij in Nederland de nog jonge frivole linkspoot van Feyenoord, Anis Hadj Moussa, zich ontwikkelen tot een fenomeen. Er wordt al geschreven "van circusvoetballer naar "Lamine Yamale" niveau. Dat klopt als zijn data worden bestudeerd.

Anis Hadj Moussa: Statistieken per 90 speelminuten

Seizoen 2024/25 2025/26 2026/27
Schoten 2,4 2,7 3,2
Kansen gecreëerd 1,6 2,5 3,4
Dribbels 5,5 6 8
Balcontacten in de 16 6,8 7,1 11,2

Het seizoen 2026 - 2027 is pas 10 wedstrijden ver en dan al deze cijfers!
Naar het niveau van Lamine Yamale het wonderkind van FC Barcelona. Wederom een linkspoot op rechts. 10 gespeelde wedstrijden en 8 vrijwel identieke doelpunten. Deze 19-jarige is al wereldkampioen en speelt wekelijks de pannen van het dak.
Het rendement van de linkspoten op rechts overtreft dat van de rechtspoten op links. Hiervoor is vooralsnog geen rationele verklaring te geven al is de meest voorkomende verklaring "het verschil en functie in de hersenen".

Bij het bestuderen van de linkspoten op links en de rechtspoten op rechts valt onmiddellijk op dat de toppers allemaal van buiten naar binnen draaien richting rand van het strafschopgebied. Van daaraf wordt de bal met de binnenkant van de voet geraakt, hetgeen een indraaiende curve geeft die meestal richting bovenhoek verste paal draait. In tegenstelling tot voetballers die pegelhard kunnen trappen, Willy van der Kuilen (mister PSV) en Ronald Koeman (topvoetballer en toptrainer/coach),
zijn daar bekende voorbeelden van, de linkspoten beschikken over een fluwelen touch. Dit aangeboren talent komt slechts tot ontwikkeling door eindeloos te oefenen. Daarom valt het niet te begrijpen dat spelers na een training nog willen oefen op dit specifieke onderdeel naar binnen worden gestuurd op advies van de performance specialist. Daarover later meer want gebruik maken van data heeft de sport in het algemeen en het voetbal in het bijzonder naar een hoger niveau gebracht.

 

                                Overzicht    >    Oude column

© George Sports/NatriSoft 2025