GeorgeSports Logo

 

KRACHTTRAINING ZWEMMEN

2011-04-18, door: Cesar Beilo

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column


In dit artikel bespreken we enkele aspecten van krachttraining, en een oefening in het bijzonder: het achterwaarts opdrukken.

Sinds jaar en dag is krachttraining een veelbesproken onderwerp onder mensen die in de sport werkzaam zijn, maar zeker ook onder sporters zelf. Al die discussie heeft nog niet tot consensus geleid, maar een aantal basisprincipes waarover men het in grote lijnen wel eens lijkt zijn;

  1. Beweeg altijd in keten, dat wil zeggen over meerdere gewrichten.
  2. Het trainen van geïsoleerde spiergroepen lijkt zinloos.
  3. Train functioneel, dus benader de te maken beweging in de sport zo veel mogelijk.
  4. Train met functionele hoeksnelheden, ook deze moeten de te maken beweging zo veel mogelijk benaderen.

Het bewegen in keten behoeft wellicht enige toelichting. Als men bijvoorbeeld een hoogtesprong maakt strekken achtereenvolgens, en deels gelijktijdig de heup, de knie en de enkel. Dit is mogelijk door ingewikkeld samenspel tussen mono- en bi-articulaire spieren. Hierdoor kunnen hogere vermogens en streksnelheden worden ontwikkeld. Veranderde timing en of krachtverhoudingen leiden volgens modellen (!) tot mindere spronghoogte. Het brein kiest zelf de meest ideale verhoudingen en timing, en geïsoleerde krachttraining lijkt deze verhoudingen te kunnen verstoren. Meer kracht in de kniestrekkers alleen kan dus leiden tot een slechtere hoogtesprong.

Vanuit hier een bruggetje naar het achterwaarts opdrukken. Deze oefening zien we niet zelden terug in het zwembad. Een mogelijke motivatie hiervoor is om de duwfase van de borstcrawl en/of vlinderslag wat te accentueren. De oefening is daarnaast ook nog eens vrij praktisch, het enige benodigde hulpmiddel is een hoogteverschil en een gemotiveerde atleet. Vanuit bovenstaande principes bekeken kunnen we toch onze twijfels hebben bij hoe zinvol deze oefening is. Hoewel er in meerdere gewrichten tegelijk wordt bewogen, is deze beweging niet gelijk aan die tijdens borstcrawl en/of vlinderslag. De bovenarm beweegt immers van achteren naar voren, terwijl dat tijdens het zwemmen van bovengenoemde slagen precies de andere kant op is. De beweging vindt volledig achter het lichaam plaats in tegenstelling tot de stuwfase van het zwemmen die voor het lichaam plaatsvindt. De keten werkt dus niet zoals we willen, en daarnaast moet je nog eens beresterk zijn om tijdens deze oefening hoeksnelheden te benaderen die je tijdens het zwemmen haalt. Dat brengt weer een ander gevaar met zich mee, namelijk blessures. Hoe hoger de snelheid, hoe slechter de coördinatie, des te groter de kans op blessures. 

Er valt echter ook wat voor te zeggen om deze oefening wel in het programma op te nemen, namelijk het versterken van het bewegingsgevoel. Het lijkt dan zinvol om vanuit blessurepreventief oogpunt te kiezen voor lage herhalingsaantallen, te beginnen met een laag tempo van uitvoeren en dit geleidelijk op te voeren. Om de schouder niet onnodig te provoceren lijkt het handig te kiezen voor een brede plaatsing van de handen, en zeker niet op schouderbreedte. Extra voorzichtigheid lijkt geboden bij vrouwen, omdat de belasting van het schouderkapsel aanzienlijk lijkt en vrouwelijk bindweefsel wat lakser/ruimer is dan dat van mannen. Gelukkig maar!

Cesar Beilo (fysiotherapeut en lid van de medische commissie)

Met instemming van deze medische commissie

 

Nieuwe column    <    Overzicht    >    Oude column

 © George Sports 2017